There are no translations available.

Jaarlijks overlijden meer dan een half miljoen vrouwen aan de gevolgen van hun zwangerschap. Bloedingen, infecties en een hoge bloeddruk zijn veel voorkomende doodsoorzaken die met goede medische hulp en kraamzorg voorkomen kunnen worden. Als vijfde millenniumdoel is bepaald dat moedersterfte in 2015 met driekwart moet zijn teruggebracht ten opzichte van 1990.
Toegang tot reproductieve gezondheidVaak is moedersterfte het gevolg van illegale en gevaarlijke abortussen. Beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen en toegang tot veilig uitgevoerde abortus is daarom van levensbelang. Net als het recht van vrouwen om zelf te beslissen over haar eigen seksualiteit en het al dan niet krijgen van kinderen. Dit wordt reproductieve gezondheid genoemd. Uiterlijk in 2015 moeten alle vrouwen hier toegang toe hebben.
___________________________
Voortgang
Nauwelijks vooruitgang
In 2015 moet het percentage vrouwen dat overlijdt in het kraambed met 75 procent gedaald zijn ten opzichte van 1990. In 1990 overleden in de ontwikkelingslanden naar schatting 572.000 vrouwen aan complicaties tijdens zwangerschap en geboorte. In 2005 waren dat er nog steeds zo'n 533.000. Dit is weliswaar een daling van 480 naar 450 sterfgevallen per 100000 geboortes, maar als dit tempo zich voortzet zal het doel in 2015 niet worden gehaald.
Meer begeleide bevallingenHet exacte sterftecijfer is moeilijk te bepalen vanwege onvolledige of soms onbetrouwbare cijfers. Daarom kijkt men ook naar het percentage bevallingen dat onder deskundige begeleiding plaatsvindt. Dit is een van de cruciale stappen bij het verlagen van moedersterfte en is makkelijker te meten.
In 2006 is het percentage deskundig begeleide bevallingen in Sub-Sahara Afrika slechts licht toegenomen vergeleken met 1990 (van 42 naar 47). In Noord-Afrika, Zuid-Amerika en in grote delen van Azië is wel forse winst geboekt. Zo werd in Noord-Afrika in 1990 slechts 45 procent van de geboorten deskundig begeleid. In 2006 was dat al gestegen naar 79 procent. In Zuidoost-Azië steeg dit percentage van 48 naar 73 procent en in Oost-Azië van 51 naar 79 procent. In Zuid-Azië is het percentage begeleide bevallingen ondanks een lichte stijging (van 27 naar 40) nog altijd laag.
Ook is het percentage vrouwen dat minstens één keer gedurende de zwangerschap door een arts of verloskundige werd onderzocht flink gestegen, van iets meer dan de helft van de vrouwen in 1990 tot driekwart van de vrouwen in 2005. Hoewel dat een aanzienlijke verbetering is, schrijft de WHO en UNICEF tenminste vier controles tijdens de zwangerschap voor. In Afrika voldoen maar vier op de tien zwangere vrouwen aan deze norm.
TienermoedersHet terugbrengen van het aantal zwangerschappen onder tienermeisjes draagt bij aan verlaging van zowel moeder- als kindersterfte. Het aantal geboorten bij tienermeisjes is geleidelijk afgenomen, van gemiddeld 67 geboorten per 1000 vrouwen in 1990, tot 53 in 2005. De meeste winst is geboekt in Zuid-Azië (90 naar 54). In sub-Sahara Afrika ligt het aantal geboorten onder tienermeisjes nog steeds erg hoog (119 per 1000 vrouwen, dat was 131 in 1990).